Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 16 december 2020

Is Zuid-Holland wel klaar voor de nieuwe Omgevingswet?

Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet inwerking. “De Omgevingswet – die bestaat uit een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening – vraagt om een enorme cultuurverandering van de ambtelijke organisatie, Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten”, vertelt Statenlid Ton van Rijnberk.

“Van sectoraal adviseren en besturen naar integraal en opgave gericht werken. Van deelbelangen als ruimte voor woningen, energie, recreatiegebieden en infrastructuur naar een integrale, maatschappelijke optimale afweging van het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving met een zo breed mogelijk draagvlak. Een resultaat dat rekening houdt met de deelbelangen zonder dat elk deelbelang haar zin kan krijgt. De fysieke en milieuruimte is daarvoor te schaars.”

“Deze cultuurverandering moet allereerst ambtelijk plaatsvinden”, vervolgt Ton. “Hierbij moet met behulp van ontwerpend onderzoek inzicht worden gegeven in de deelbelangen en de gemaakte afweging op kaart. Vervolgens moet het provinciebestuur met opgave gerichte voorstellen komen en daarbij sectorale portefeuille belangen ondergeschikt maken. Provinciale Staten hebben een controlerende, kaderstellende en volksvertegenwoordigende rol. Om de kaderstellende rol als Provinciale Staten goed te kunnen vervullen is het noodzakelijk om de essentie van de nieuwe wet en de daarbij behorende cultuurverandering in de vingers te hebben.”

Noord-Holland
“Op dit punt is ons het enorme verschil in benadering van tussen de aanpak van de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland opgevallen. In Noord-Holland is het proces voor de Omgevingsvisie in 2016 gestart en eind 2018 afgerond met vaststelling door Provinciale Staten. In deze Omgevingsvisie – die in co-creatie tot stand is gekomen met continue inbreng van veel partijen, professionals én inwoners – zijn de grote onderwerpen klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, grote woningbehoeftes, bodemdaling, verminderde biodiversiteit in beeld gebracht. Vervolgens is in samenhang gekeken naar de opties. Provinciale Staten hebben in een creatief proces ambities geformuleerd om te komen tot een balans tussen economisch groei en leefbaarheid. In 2020 is de Omgevingsverordening vastgesteld. Doordat Provinciale Staten zo nadrukkelijk bij de ontwikkeling van de Omgevingsvisie betrokken zijn geweest uitte dit zich ook bij de vaststelling van de Omgevingsverordening waarmee de provincie burgers, bedrijven, gemeenten en waterschappen daadwerkelijk bindt.”

Schuurpunten
“In Zuid-Holland is een heel ander proces gevolgd. In april 2019 is een beleidsneutrale Omgevingsvisie vastgesteld waaraan stap voor stap nieuw beleid wordt toegevoegd. Dit proces is nog lang niet afgerond, waardoor een integrale afweging van de grote transities nog niet heeft plaatsgevonden, laat staan dat de schuurpunten met behulp van ontwerpend werken in kaart zijn gebracht. Ook is er nog nauwelijks geïnvesteerd de cultuurverandering in Provinciale Staten zodat die hun kaderstellende rol goed kunnen vervullen. Desondanks zijn de ontwerp-Omgevingsvisie en ontwerp-Omgevingsverordening – zonder onze steun –  in november ter visie gelegd. Hiermee zal de beoogde vaststelling slechts een tussenstap kunnen zijn en zijn we nog ver verwijderd van de provinciale Omgevingsvisie met een wervend toekomstbeeld die D66 voor ogen heeft.”