Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 20 februari 2019

Acht jaar Han Weber

Sinds 2011 was Han Weber Gedeputeerde namens D66 in het provinciebestuur van Zuid-Holland. Van Deltaprogramma en erfgoedlijnen tot natuurontwikkeling en warmtepaticipatiefonds: wij zijn trots op wat er afgelopen jaren dankzij zijn inspanningen in Zuid-Holland in gang is gezet. Een terugblik.

Over de vraag wat het meest politieke dossier van afgelopen jaren was hoeft Han Weber niet lang na te denken. “Dat is zonder twijfel het populatiebeheer van de wilde gans. Hiervoor is het nodig om jaarlijks 80.000 ganzen af te schieten en 40.000 eieren te schudden. Bepaald geen populaire maatregelen.” Het afschieten van wild moet natuurlijk wel aan strikte regels voldoen, vertelt Han. “Zo krijgen jagers een jachtgebied toegewezen en hebben zij een vrijstelling nodig die voldoet aan het faunabeheerplan van de provincie. Van een groep zwanen die schade toebrengt aan een perceel, mag je er bijvoorbeeld maar één doden.”

Creativiteit
Natuur, recreatie en landbouw zijn onderwerpen die Han vanaf het begin in zijn portefeuille had. De lijst met natuurgebieden die vanaf toen zijn ontwikkeld, is indrukwekkend. Met de realisatie van het Bentwoud, de Nieuwe Driemanspolder, de Nieuwe Dordtse Biesbosch, natuurprojecten bij IJsselmonde en de Zwethzone is Zuid-Holland een stuk groener geworden. “Die ambitie had D66 ook”, aldus Han,  “al was het af en toe flink aanpoten. Toen ik aantrad werd ik namelijk geconfronteerd met de decentralisatie van het natuurbeleid en de bezuinigingen van Henk Bleker terwijl de provincie al voor 200 miljoen euro aan verplichtingen was aangegaan. Het vergde dan ook de nodige creativiteit om de plannen die er lagen, tóch te kunnen uitvoeren. Dit lukte door nieuwe afspraken te maken met gemeenten en terreinbeheerders over bijvoorbeeld waterbeheer. Ook exploitatie vanuit de markt biedt mogelijkheden. Eigenlijk heel voor de hand liggend, want natuur en recreatie gaan hand in hand.”

Erfgoedlijnen
Op het gebied van cultureel erfgoed trof Han in 2011 eveneens geen vetpot aan. Het monumentenbeleid dat de provincie vanuit het Rijk kreeg overgedragen, ging gepaard met een budget van 3 miljoen euro. “Een schamel bedrag als je je bedenkt dat alleen al de restauratiebehoefte in Zuid-Holland iets van 200 miljoen euro bedroeg. Als provinciebestuur hebben we toen erfgoedlijnen ontwikkeld. Door erfgoed samen één historisch verhaal te laten vormen, is meer partnerschap tussen eigenaren en belanghebbenden ontstaan, wat ook een gunstig effect heeft op de financiële middelen. Voor erfgoed is nu bijna vier keer zoveel geld beschikbaar gekomen. Een mooi voorbeeld vind ik Akzo Nobel, die zijn verfkennis ter beschikking stelt voor de landgoederenzone. Eén enkel landgoed had deze sponsoring met geen mogelijkheid voor elkaar gekregen.”

Twee glasvlammen
“De afgelopen jaren hebben grotendeels in het teken gestaan van energietransitie en het slim gebruiken van restwarmte”, vervolgt Han. “Hier bulken we van in Zuid-Holland. Met de restwarmte van de haven van Rotterdam zou je met gemak álle huizen en álle kassen in de provincie kunnen verwarmen. In feite branden er twee glasvlammen, waarvan er één uit kan. Dat de discussie over energietransitie zich nu zo concentreert rond de kosten, vind ik jammer. Met subsidies voor early adapters, hulp aan woningbouwcoöperaties en gebouwgebonden financiering creëren we schaalvergroting en worden de technieken om huizen te verduurzamen vanzelf goedkoper. Bovendien hebben we nog zo’n dertig jaar, een tijdsbestek waarin de verbouwing van een huis sowieso wel aan de orde is. Zo bekeken is kosteloze energietransitie echt geen probleem.”

Dat het klimaat en energietransitie ook volgende Statenperiode hot topic zijn, is duidelijk. “Daarnaast zal er veel aandacht zijn voor de gezonde leefomgeving bij de bouw van de 240.000 nieuwe woningen in Zuid-Holland,” denkt Han. “Ook de circulaire economie en verduurzaming van de landbouw zullen komende jaren sterk spelen. Thema’s waarvoor wij als D66 flink de schouders onder willen zetten – en dan natuurlijk bij voorkeur vanuit het college.”